8 november 2007

“Modern Classical Music Applied to Swing.” De experimenten van George Handy in het jazz-orkest van Boyd Raeburn.
door Walter van de Leur

De Amerikaanse “cool jazz” ontwikkelde zich deels door de muzikale experimenten die plaatsvonden in tegenwoordig grotendeels vergeten jazz-orkesten uit de jaren veertig van de vorige eeuw. Een van die orkesten was dat van bas-saxofonist Boyd Raeburn. Raeburn had voor jazz ongebruikelijke instrumenten in zijn orkest, en stelde jonge en op vernieuwing gerichte componisten te werk, waaronder de nogal radicale George Handy.

In dit colloquium zal Walter van de Leur schetsen hoe zich een nieuwe jazz-esthetiek ontwikkelde - “classic in its appeal and symphonic in its presentation” - die de voorbode was van de latere “cool jazz”. Hij zal kijken naar de sociale en economische aspecten, en spreken over het soms naïve optimisme dat jazz zich met behulp van een soort modernisme een status zou verwerven die vergelijkbaar was met die van de klassieke muziek.

Musicoloog Walter van de Leur promoveerde in 2002 op de muziek van Billy Strayhorn, en bekleedt met ingang van 1 september 2007 de nieuwe leerstoel Jazz en Geïmproviseerde Muziek aan de Universiteit van Amsterdam.