14 februari 2008
door Michiel Schuijer
Deze lezing gaat over de vraag hoeveel verschillende akkoorden denkbaar zijn in een universum van 12 tonen. Niet dat deze vraag nog op een antwoord wacht. Tussen 1850 en nu hebben onderzoekers degelijke protocollen bedacht voor het classificeren en tellen van deze akkoorden. Maar hun antwoorden lopen uiteen, afhankelijk van de intuïties over akkoordverwantschap die eraan ten grondslag liggen.
Om die intuïties gaat het hier - en om de beweegredenen van vooral de muzikaal bezielde onderzoekers: wat heeft een componist of harmonieleraar gemotiveerd om een volledige catalogus aan te leggen van akkoorden tot en met 12 tonen? Vanuit deze invalshoek zullen de akkoordcatalogi van Ernst Bacon (1917), Bruno Weigl (1922), Fritz Heinrich Klein (1925) en anderen bestudeerd en met elkaar vergeleken worden.
Er zijn twee redenen om deze “muziekstatistiek” (Klein) onder de aandacht te brengen. Ten eerste is de hele onderneming niet zo excentriek als ze misschien lijkt, maar werpt ze juist een interessant licht op de “mainstream” muziektheorie; ten tweede begint die “mainstream” zich de laatste jaren steeds meer voor deze tot voor kort vrijwel vergeten akkoordcatalogi te interesseren, en worden serieuze pogingen ondernomen hen in de historische canon van het vak op te nemen. Bij dit laatste stapt men gemakshalve over grote verschillen tussen de catalogi en hun samenstellers heen.
Michiel Schuijer doceert aan het Conservatorium van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. In zijn onderzoek beweegt hij zich op het kruisvlak van de muziektheorie en de historische muziekwetenschap.